Liedje

Het gebeurde toen ik ’s avonds in het donker in de auto over een stille provinciale weg reed. Het was mistig, ik reed langzaam. Uit de autoradio klonk een Frans liedje en ik werd op slag verliefd op de zangeres. Het was al een oud liedje, opgenomen ergens in de jaren zestig. De melodie zwierf heel subtiel van majeur naar mineur en loste aan het eind van een strofe niet op, maar eindigde in een vraag. En ik wist dat de zangeres altijd alleen was en mooie, eenzame ogen had en dat ze elke dag eindeloos door de velden zwierf, dat ze een groot en onvervulbaar verlangen had en dat ze vaak aan de dood dacht. En ik wist dat ze al heel jong op droevige wijze gestorven was en ergens op een kerkhof in een klein Frans dorpje haar graf heeft. Niemand komt er ooit.
Ik denk dat ik deze zomer naar Frankrijk ga. Dan ga ik dat kerkhof zoeken, dan wied ik het onkruid rond het graf, veeg de verweerde steen schoon en leg er een grote bos rozen op

Dit bericht is geplaatst in verhaal. Bookmark de permalink.