Liedje

Het gebeurde toen ik ’s avonds in het donker in de auto over een stille provinciale weg reed. Het was mistig, ik reed langzaam. Uit de autoradio klonk een Frans liedje en ik werd op slag verliefd op de zangeres. Het was al een oud liedje, opgenomen ergens in de jaren zestig. De melodie zwierf heel subtiel van majeur naar mineur en loste aan het eind van een strofe niet op, maar eindigde in een vraag. En ik wist dat de zangeres altijd alleen was en mooie, eenzame ogen had en dat ze elke dag eindeloos door de velden zwierf, dat ze een groot en onvervulbaar verlangen had en dat ze vaak aan de dood dacht. En ik wist dat ze al heel jong op droevige wijze gestorven was en ergens op een kerkhof in een klein Frans dorpje haar graf heeft. Niemand komt er ooit.
Ik denk dat ik deze zomer naar Frankrijk ga. Dan ga ik dat kerkhof zoeken, dan wied ik het onkruid rond het graf, veeg de verweerde steen schoon en leg er een grote bos rozen op

Geplaatst in verhaal | Reacties uitgeschakeld voor Liedje

Fout

Eigenlijk zou er alleen in de winter gestorven moeten worden. Dat is de goede tijd. Het licht is laag en grijs. De dag blijft netjes ingekaderd binnen een hoop nacht en er is geen afleiding van al te veel lichtheid en vrolijkheid. De winter is een goede tijd om te rouwen.

Mijn vriend stierf toen het zomer was en dat klopte niet. Het was warm en zonnig; een dag om te gaan zwemmen in de Hoornse plas. Er was veel te veel licht. Buiten stond een vrachtwagen met draaiende motoren en uit het geopende raam klonk Abba. Het was volkomen verkeerd. Er gebeurde iets wat niet hoorde, niet op dat moment, op die prachtige dag.
 Maar het gebeurde toch.

Pas in de winter kwam de troost.

Geplaatst in verhaal | Reacties uitgeschakeld voor Fout

De piemelhond

Bij ons het in dorp wonen mensen met een verbazingwekkende hond. De hond heeft hele korte poten en een enorme piemel die bij het lopen schaamteloos heen en weer zwaait. De pootjes zijn zo kort en de piemel zo lang, dat deze steeds met de punt over de grond schuurt.
Dat lijkt me niet gemakkelijk voor de hond. Hij kijkt er in ieder geval erg treurig bij, want zijn oren zijn ook lang en zijn oogleden zakken wat naar beneden. Een erg trieste hond.

En ik bedenk me dan: wat een treurigheid; elke dag ’s morgens en ’s avonds over straat met je te lange piemel schurend over de stoeptegels. Het duurt best een hele tijd voor je bij een grasveldje bent, waar je dan eindelijk even vrijuit kunt lopen met je piemel door het zachte gras. En dan weer terug over het ruwe asfalt, totdat je thuis eindelijk je schrijnende geval in de hondenmand kunt leggen.

Geplaatst in verhaal | Reacties uitgeschakeld voor De piemelhond

Veel

Het overviel hem op zaterdagochtend in de plaatselijke Albert Heijn tijdens het ritueel van het boodschappen doen. (Twee boodschapkratten in het karretje, eentje bovenop en eentje op het rekje onder. Dat is handig, want dan kun je de inhoud na de lopende band bij de kassa zo weer in het krat flikkeren en dan achter in de auto.) Ergens tussen de schappen met de pastasoorten raakte hij ineens volkomen mismoedig. Het was alsof de zwaartekracht plots harder aan hem trok en het veel moeilijker was om zichzelf overeind te houden. Hij liet zijn schouders hangen en stond minutenlang stil te staren naar de zakjes met macaroni. Hij kwam weer in beweging toen een vrouw enigszins geërgerd zijn karretje dat haar de weg versperde opzij duwde en hij een stap opzij moest doen om haar er langs te laten. De vrouw boog zich voorover naar het schap en begon systematisch pastasoorten in haar karretje te gooien. Ze begon links op de bovenste rij en werkte zigzaggend alle rijen af, totdat ze van elke soort een exemplaar in haar wagentje had. Toen ze klaar was en zich oprichtte keek ze hem even aan en glimlachte verontschuldigend. En ineens wist hij dat zijn mismoedigheid en haar absurde actie dezelfde oorsprong hadden.

Geplaatst in verhaal | Reacties uitgeschakeld voor Veel

Slap

Toen ik laatst in een spiegel, die plat op een tafel lag naar mezelf keek, zag ik het: mijn gezicht hangt. De zwaartekracht heeft ontegenzeggelijk vat gekregen op mijn wangen en lippen. Als ik mezelf voorovergebogen in de spiegel bekijk dan hangt het allemaal heel vreemd naar beneden. Het is geen gezicht.

Als Narcissus zo rond zijn zestigste in de vijver zou hebben gekeken dan was een narcist nu iemand met een grote mate van afschuw van zichzelf en de naam narcis was dan aan een vormeloze paddestoelensoort gegeven. Aan de andere kant: Hij was waarschijnlijk helemaal niet verdronken, omdat hij geen enkele aanleiding zou hebben gehad zijn spiegelbeeld te kussen.

Nee, ik zal het de komende tijd dan echt van mijn levenservaring en mijn wijsheid moeten hebben. En bij het vrijen gaat mooi het licht uit.

Geplaatst in verhaal | Reacties uitgeschakeld voor Slap

Nostalgie

Mijn verleden is mooier dan mijn heden. Niet noodzakelijk nu, maar altijd. Ik bedoel dat gebeurtenissen achteraf altijd mooier, betekenisvoller blijken. Op het moment zelf ervaar je de dingen zoals je alles aanvaardt wat dagelijks op je pad komt. Pas achteraf bedenk je hoe belangrijk of hoe intens of hoe betekenisvol het was. Wij geven zin achteraf.

Dit is ons lot, dat we ons leven aan ons voorbij laten trekken en achteraf denken: “Shit, ik wou dat ik er bij was geweest”

Geplaatst in verhaal | Reacties uitgeschakeld voor Nostalgie

Hart

Zo’n 14 jaar geleden schreef ik het, vandaag vond ik het terug:

Vandaag fiets ik met mijn dochter van 8 naar school. Het is herfst op het Groninger land, de akkers waar we langs fietsen zijn zwart omgeploegd en het waait hard. Ze haat fietsen tegen de wind in. Ze trekt haar schouders op en haar gezicht staat op onweer.
Ineens waait de boosheid van haar gezicht. Dan zegt ze: “Weet je, de wind kan overal bij, behalve bij mijn hart”. Ze pauzeert even en zegt: “Mooi he…!”

Dank, dank, dank

Geplaatst in verhaal | Reacties uitgeschakeld voor Hart

Fragilis

De zon kwam op en in het vroege licht
Lag daar volmaakt en ongedeeld: het land.
Wat flarden mist maar verder niets
Dan eindeloos en uitgestrekt verlangen

Maar dan onthulde zich de einder en een stad,
Bleek het land niet onbegrensd.
En in het groeiend licht hadden wij een bang vermoeden:
Dit is alles wat ooit zal zijn.

De mist trok op en ons restte slechts
een geur van nat en groen en spijt
En het idee dat wat wij zoeken en verwachten
eeuwig onbereikbaar blijft.

En wij, gebroken en verdeeld, wij gingen verder
Steeds weer zoekend wat wij reeds bezitten.

Geplaatst in gedicht | Reacties uitgeschakeld voor Fragilis

Engelen

En weer had hij een engel gezien. Deze zat in de bus die net voorbij reed. Ze had hem aangekeken en even naar hem geknikt, toen was de bus alweer voorbij.
De laatste dagen zag hij steeds vaker engelen op de meest uiteenlopende plaatsen. Een paar dagen geleden was het begonnen: het was koud en mistig en hij liep snel door de stad naar huis, toen zomaar ineens een engel op hem toe was gelopen en hem om wat geld had gevraagd. “Voor het slaaphuis”, had de engel gezegd, maar dat was natuurlijk maar een manier geweest om hem te testen. Hij had gelijk zijn hele portemonnee omgekeerd boven zijn opgehouden hand. Hoe kun je een verzoek van een engel Gods weigeren! De engel had iets onverstaanbaars gemompeld en was weer doorgelopen hem verbouwereerd achterlatend. Sindsdien waren de engelen steeds weer in allerlei gedaanten aan hem verschenen. De ene keer was het een juffrouw achter de kassa van de supermarkt, de andere keer een politieagent die met zijn handen op de rug over straat kuierde. En nu had er dus eentje in een voorbijrijdende bus gezeten. Steeds meer engelen verschenen op steeds meer plaatsen. Hij voelde dat er iets bijzonders aan de hand was. Er was iets op til; het zinderde om hem heen. Er zou binnenkort iets heel bijzonders gebeuren.

Geplaatst in verhaal | Reacties uitgeschakeld voor Engelen

O

Het woordje O overdacht zijn lange, lange bestaan. Hij bestond al zo ontzettend lang, dat hij zich de eerste keer dat hij uitgesproken was niet eens meer kon herinneren. Hij hoopte eigenlijk dat hij de eerste keer was uitgesproken uit verbazing. Verbazing over iets verwonderlijks of iets moois of misschien wel uit verbazing over het feit dat je iets kon zeggen en dat het dan iets betekende; in het geval van O dus bijvoorbeeld verbazing.

O was op veel manieren uitgesproken en ontelbaar vaak gebruikt en, zo vond hij zelf, ook wel eens misbruikt. Het ergste vond hij het als hij achteloos werd uitgesproken, als iemand zo tussen neus en lippen zei: “O, nou gewoon….”. Dan voelde O zich altijd een beetje smoezelig, alsof hij zich in geen weken gewassen had.

Het mooist vond O het als hij gebruikt werd in een gedicht. Hij herinnerde zich veel gedichten waarin hij voorkwam en hij kon ze allemaal citeren. “O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer”, mompelde hij zachtjes voor zich uit en “Voorbij, voorbij en o, voorgoed voorbij”. Hij huiverde en zoals altijd vormde zich een dikke traan in zijn oog telkens als hij zichzelf uitsprak: “o….” “…o…
Hij was zelfs wel eens in popliedjes gebruikt: “Another lonely day with no one here but me, o”. Eigenlijk, zo vond O was dat nou precies de essentie van poëzie dat “o”.

O zuchtte en was tevreden. Hij had een mooi leven en zoals het er nu voorstond zou hij nog heel lang leven. Hij vroeg zich af of hij eigenlijk wel ooit zou verdwijnen, of hij zou worden vergeten, niet meer gezegd, niet meer geschreven, niet meer gedicht. Hij kon het zich eigenlijk niet voorstellen, maar hij hoopte dat hij als hij dan moest verdwijnen, als hij dan uiteindelijk toch dood zou gaan, dat hij dan op iemands lippen mocht besterven.

Geplaatst in verhaal | Reacties uitgeschakeld voor O